Werkbezoek natuurontwikkeling op voormalige landbouwgrond

Afgelopen woensdag gingen we met de Statencommissie Omgevingsbeleid op werkbezoek “natuurontwikkeling op voormalige landbouwgrond”. Helaas waren alleen de Partij van de Arbeid en GroenLinks vertegenwoordigd. Jammer, want we hebben een prima voorbeeld gezien waarbij landbouw en natuurbeheer hand in hand gaan.

Photo 16 05 12 17 29 58 300x225 Werkbezoek natuurontwikkeling op voormalige landbouwgrond

Wat hebben we gezien? De inleiding in de uitnodiging zegt genoeg:

Terreinbeherende organisaties, waaronder Staatsbosbeheer, krijgen veel voormalige landbouwgronden overgedragen waarop natuurontwikkeling moet worden gerealiseerd. Daarbij vormt de relatief hoge bodemvruchtbaarheid (vooral de fosfaattoestand) van die gronden vaak een knelpunt bij het realiseren van de gewenste natuur. Gebleken is dat het traditionele verschralingsbeheer, waarbij niet wordt bemest en een beheer van maaien en afvoeren wordt toegepast, in veel gevallen niet of erg langzaam tot het gewenste resultaat leidt. Ook het afgraven, dat regelmatig wordt toegepast als methode om de rijke bovengrond kwijt te raken, is niet altijd even succesvol. Door afgraven worden bovendien aardkundige waarden aangetast. Daarom wordt gezocht naar alternatieven, zoals fosfaatuitmijning. Bij uitmijning wordt het fosfaat gericht onttrokken uit de bodem door het telen van een gewas zonder bemesting met fosfaat, maar met bemesting van stikstof en kali via kunstmest.

De mogelijkheden van fosfaatuitmijning worden onderzocht in een beekdal van het Oostervoortse Diep tussen Norg en Roden, dat recent uit de landbouw is gekomen. Aangezien effecten van beheersvarianten naar verwachting enkele jaren vergen, wordt daar gedurende een periode van 5 jaar een praktijkexperiment en een veldproef uitgevoerd. Het praktijkexperiment is bedoeld om in het gebied van 75 hectare ervaring op te doen met uitmijning, die in samenwerking tussen Staatsbosbeheer en agrariër(s) wordt uitgevoerd. Dit past binnen het concept van bodemdiensten of groenblauwediensten.

Photo 16 05 12 17 31 01 300x225 Werkbezoek natuurontwikkeling op voormalige landbouwgrond

Eerst kregen we in de werkschuur van Staatsbosbeheer in Langelo een aantal presentaties. Uiteraard eerst algemene informatie over het project: uitmijning als methode om voormalige landbouwgrond voor te bereiden op natuurontwikkeling (toelichting door NMI). De tweede presentatie ging in op de samenwerking tussen landbouw en natuurbeheer, met een toelichting door Staatsbosbeheer en de betrokken melkveehouder. Tussendoor vond discussie plaats over o.a. de vraag of het gewenst is dat deze methode een bredere toepassing krijgt en zo ja, hoe daarvoor kan worden gezorgd. Het gaafste onderdeel van een werkbezoek is natuurlijk een kijkje in het veld, waarbij we een aantal van de proefplotjes in het gebied bezocht hebben en waarbij duidelijk de effecten van de verschillende bodembehandelingen (plaggen, verschralen, uitmijnen) zichtbaar waren.

Ruud Fokkens stelde ‘s middags in de vergadering van de Statencommissie voor deze aanpak te betrekken bij de nieuwe landbouwvisie. Iets wat ik volledig kan onderschrijven.

GroenLinks wil stations langer open

Station Beilen Stationsbord 300x174 GroenLinks wil stations langer openDe heer K. van Dijk stuurde de Drentse Staten op 12 februari 2012 een e-mail over Stations Hoogeveen en Beilen. Ik heb verzocht de brief te bespreken in de Statencommissie Omgevingsbeleid d.d. 16 mei 2012 met de volgende onderbouwing:

De fractie van GroenLinks wil graag peilen of de overige fracties en Gedeputeerde Staten ook een rol zien voor de Provincie om te bevorderen dat de stations langer open blijven.

GroenLinks ziet de stations, dus ook Hoogeveen en Beilen, als de locaties waarop men van het regionaal (openbaar of individueel) vervoer overstapt op het hoofdnet van de NS of andersom. Zelfs in een optimaal functionerend OV-systeem zal de reiziger op dergelijke knooppunten voor korte of langere tijd moeten wachten.

De fractie van GroenLinks is van mening dat alle stations ook na 19 uur open moeten blijven, tot minimaal enige tijd nadat de laatste trein of bus is aangekomen bij het station (bijvoorbeeld een half uur), zodat de reiziger op een comfortabele wijze kan wachten op aansluitend vervoer.

Vragen aan de overige fracties:

  1. Deelt u de visie van GroenLinks?
  2. Ziet u een rol voor de Provincie om te bevorderen dat de stations langer open blijven?

Vragen aan het College:

  1. Deelt u de visie van GroenLinks?
  2. Bent u bereid om in gesprek te gaan met de NS en/of ProRail om te bevorderen dat de stations langer open blijven?

Vragen over tijdelijke maatregelen OV-Bureau

Euro kaartje 215x300 Vragen over tijdelijke maatregelen OV BureauDoor een inwoonster van onze provincie werden we aangeschreven over een tijdelijke maatregel, getroffen door het OV-Bureau. In de vergadering van de Statencommissie Omgevingsbeleid op 16 mei zal ik de volgende vragen stellen:

Middels een persbericht van het OV-bureau (bijlage) is de volgende bekendmaking gedaan: “Voor de periode vanaf 7 mei 2012 tot het moment dat alle bussen in Groningen en Drenthe zijn voorzien van (mobiele) OV-chipkaartapparatuur kan niet meer gratis worden gereisd. Reizigers die kunnen aantonen dat zij op hun persoonlijke OV-chipkaart een geldig abonnement hebben staan, mogen gewoon mee, overige reizigers moeten een Eurokaartje kopen.

Ter illustratie: de reis Westerbork – Beilen kost met OV-chipkaart en korting € 1.14, in een kleine bus met Eurokaartje €4. Dit terwijl de invoering van de OV-chipkaart juist had moeten leiden tot een standaardtarief per kilometer voor het openbaar vervoer.

GroenLinks is van mening dat de reiziger door deze grote tariefsprong ten onrechte de dupe wordt van het feit dat de overheid er niet in is geslaagd om de bussen tijdig uit te rusten met OV-chipkaartapparatuur.

Vragen aan het College van Gedeputeerde Staten :
1. Is inmiddels duidelijk wanneer alle bussen zullen worden uitgerust met OV-chipkaartapparatuur?
2. Is er geen andere oplossing mogelijk tot dat moment, waarbij de tarieven min of meer gelijk zijn aan die voor reizen met OV-chipkaart?

Bijlage (1):
- Persbericht OV-Bureau Groningen Drenthe, OV-bureau teleurgesteld over verdere vertraging mobiele OV-chipkaartapparatuur, d.d. 4 april 2012.

Toespraak Eerste Kamer: Elke zorg op goede afstand!

Vandaag vond het werkbezoek plaats van de Noordelijke Staten aan de Eerste Kamer. Rond het thema “bereikbaarheid van zorg” hield ik de volgende inleiding in de plenaire zaal:

Inleiding “fusies zorginstellingen (in dunbevolkte gebieden)”
Bereikbaarheid van de zorg in relatie tot fusies: Elke zorg op goede afstand!

Belangrijk bij zorg zijn de zogenaamde 4 B’s: Beschikbaarheid, Bereikbaarheid, Betaalbaarheid & Betrouwbaarheid.

Ik wil daar vandaag het thema “Bereikbaarheid” even uitlichten, omdat gebleken is dat daar problemen ontstaan in dunbevolkte gebieden. Ik zal eerst een korte inleiding geven over de bevolkingssamenstelling in Drenthe, en vervolgens een oplossingsrichting presenteren waar we gezamenlijk, als provinciale en Rijksoverheid aan moeten denken om bereikbaarheid van zorg te garanderen voor onze burgers. Ten slotte zal ik de sluiting van de afdeling acute verloskunde in Meppel kort weergeven als casus waar een aantal lessen uit te trekken is.

ArbXQKqCEAA2EqP.jpg large 300x225 Toespraak Eerste Kamer: Elke zorg op goede afstand!Bevolkingssamenstelling
De kwaliteit van zorg in brede zin, bereikbaar voor iedereen, is onlosmakelijk verbonden met het thema leefbaarheid in Drenthe. Krimpregio’s zijn vaak ook vergrijzende regio’s. Ouderen willen graag thuis blijven wonen en jongeren trekken van het landelijk gebied naar de steden. Het aantal 65-plussers zal in Drenthe tot 2040 met 62.500 sterk toenemen, een toename van 72%. Hun aandeel in de totale bevolking zal stijgen van 18 naar 31%.
De relatief sterke vergrijzing in combinatie met de ontgroening zetten extra druk op de beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorgvoorzieningen en daarmee de leefbaarheid in dunbevolkte regio’s. Dit is waarom Drenthe dit thema vandaag naar voren heeft geschoven.

Spreiding
Maak een landelijk plan van zorgvoorzieningen. Als je afwacht sluit er hier een ambulancepost, daar een verloskundigenpost en heb je straks een gatenkaas van zorgvoorzieningen. Balans tussen concentratie en bereikbaarheid. Concentratie van zorg kan leiden tot kwaliteitsverbetering, maar het maximaal oprekken van de bereikbaarheidsnormen kan geen wenselijke situatie opleveren. Er dient dus een goede leidraad te zijn waarmee een herstructurering wordt opgezet.

“Zorgwinkelcentrum” als oplossing
Mobiliteit van burgers neemt al jaren toe en dat zal nog wel even doorgaan. Daarmee zijn zorgvragers ook steeds meer bereid om zorg van verder weg te halen.

De Sociaal-Economische Raad heeft eerder geadviseerd om op toegankelijkheid te letten en waar mogelijk te combineren. Te denken is dan aan huisartsenposten plus: waar gespecialiseerde huisartsen zitten met gespecialiseerde verpleegkundigen, “superverpleegkundigen”, en eventueel een paar ziekenhuisbedden. Allerlei technische apparatuur tot zijn beschikking zoals röntgenapparatuur, een onderzoeks- en behandelkamer maar ook een snelle internetverbinding met specialistische professionals op afstand voor consultatie en feedback. Dergelijke posten kunnen taken overnemen van ziekenhuizen. Denk bijvoorbeeld aan hartcontroles. Zorgbelang Drenthe noemt dit een “zorgwinkelcentrum”.

Vijf typen zorgvragen
Zij onderscheiden vijf typen zorgvragen. Elk type vraag heeft zijn eigen behoefteniveau en de schaal waarop dit het best kan worden ingericht verschilt ook per type. Dit biedt mogelijkheden om én efficiënter te werken en tóch de zorg zo nabij te organiseren als de zorgvrager dat verlangt.

1. Algemene informatieve (zorg)vragen
Informatieve vragen over algemene zorgonderwerpen (bv. wat is de ziekte van Alzheimer? hoe is het stelsel van de gezondheidszorg ingericht? waar kan ik terecht met vragen over de thuiszorg?). Telefonisch of via internet bij zorgwinkelcentrum. Kwaliteit van de informatie en de organisatie van de beschikbaarheid zijn aandachtspunten.

2. Preventieve zorgvragen
Vragen over dingen die men ‘kunnen’ overkomen (wat te doen bij een dreigende griepepidemie, mogelijke gevolgen van straling na een ramp met een kerncentrale e.d.) hoe zij moeten leven in een bepaalde fase van hun leven waarvoor zij preventieve maatregelen willen nemen. Hiervoor kunnen zij ook telefonisch of digitaal terecht en dan zo nodig worden doorgeleid naar de basiszorgarts of allerlei andere specialistische centra.

3. Enkelvoudige zorgvragen
Het gaat hierbij om enkelvoudige zorgproblemen die een individuele afhandeling vereisen, dichtbij in het zorgwinkelcentrum. Het kan ook gaan om vragen over aandoeningen die diepgaander diagnose, mogelijk meer onderzoek en behandeling vereisen. Hiervoor kan men het beste fysiek of interactief terecht bij een van de basiszorgartsen die in het primaire zorgwinkelcentrum hun praktijk hebben.

4. Acute zorgvragen
Acute ‘zorgvragen’ die geen uitstel dulden. In Nederland is het bij wet zo geregeld dat wanneer 112 gebeld wordt er altijd binnen vijftien minuten een ambulance ter plaatse moet zijn die acute hulp kan verlenen. De norm van vijftien minuten aanrijdtijd voor spoedzorg impliceert dat er over een provincie als Drenthe een heel netwerk van ambulancezorg is uitgelegd dat centraal via de regionale meldkamer wordt aangestuurd. Uitgaande van de wens om ook een dekkend netwerk te hebben voor de basiszorg is wenselijk dat de spoedzorg geïntegreerd wordt met de gewenste zorgwinkelcentra.

5. Complexe en chronische zorgvragen
Dat betekent concreet dat de ziekte of aandoening langer gaat duren en niet meer overgaat. Dat kan op iedere leeftijd voorkomen maar gezien de menselijke levensloop hebben ouderen per definitie meer chronische zorgvragen. Behandeling kan bestaan uit standaardbezoeken, leefstijladviezen en zelfmanagement. Vaak ook een psychische en sociale kant. Deze zorgvragen vereisen antwoorden die het domein van de fysieke zorg overstijgen en meestal te maken hebben met het totale welzijn van de patiënt.

Het idee dat iedere soort zorg op een juist niveau dient te worden verzorgd klinkt vrij logisch. Toch moet met het inrichten hiervan zorgvuldig worden omgegaan. De bevolking heeft – terecht of onterecht – al snel het idee dat de zorg in de regio er op achteruit gaat. Een voorbeeld van hoe het niet moet, is de sluiting van de acute verloskunde in Meppel.

photo 300x224 Toespraak Eerste Kamer: Elke zorg op goede afstand!Verloskunde
Het Diaconessenhuis Meppel is een middelgroot streekziekenhuis (~330 bedden), waar nagenoeg alle specialismen vertegenwoordigd zijn. Regiofunctie: Meppel, Staphorst, Steenwijkerland, Westerveld, De Wolden en Zwartewaterland.

Na een fusie tussen de maatschappen gynaecologie in Meppel en Zwolle, volgde het plan om de afdeling acute verloskunde in Meppel te sluiten. Er zouden te weinig gynaecologen zijn om 24-uursdiensten mogelijk te kunnen maken, en te weinig bevallingen om het aantrekken van extra gynaecologen te rechtvaardigen.

Onduidelijk waren op dat moment de consequenties voor algemene spoedeisende hulp en de 24-uurszorg door kinderartsen. Ook vreesde men voor langere aanrijtijden en meer thuisbevallingen en “bermbaby’s”, vanwege de dan langere rijtijden. Dit leidde tot grote maatschappelijke onrust.

Maximale norm voor verloskunde is 45 minuten, en CdK Tichelaar noemde Drenthe in een open brief aan premier Rutte al schertsend een “45-minuten-provincie”.

Er was op dat moment reeds overleg gaande om tot een gezamenlijke regiovisie op de zorg te komen, die dient als advies aan de minister. Een kader om te komen tot realisatie van goede, bereikbare, zorg. De eenzijdige aankondiging van het sluiten van de afdeling verloskunde doorkruisde dat proces.

Regie
De grote vraag rond bereikbaarheid van zorg blijft de regierol. Wie moet op welke manier een rol spelen om die bereikbaarheid ook daadwerkelijk tot stand te brengen en/of te behouden?

Grotere zorgwinkelcentra zijn een wenkend perspectief, een stip op de horizon. Maar hoe garandeer je bereikbaarheid van de zorg, ook voor mensen die minder mobiel en minder zelfredzaam zijn?

Den Haag. Bindende normen.
De systeemverantwoordelijkheid voor de zorg ligt bij het Rijk, maar gemeenten en provincies hebben er vanuit het oogpunt van leefbaarheid belang bij dat de zorgvoorzieningen in de regio optimaal ingericht zijn. Beschikbaarheid van ziekenhuiszorg staat onder druk.

Regiovisie
Gisteren vond een overleg plaats in de Havixhorst, geïnitieerd door Commissaris der Koningin Tichelaar en Burgemeester Westmaas met alle betrokken partijen rond de afdeling verloskunde in Meppel, een overleg dat in de volksmond al snel het “Ooievaarsberaad” gedoopt werd. Regionaal overleg met ketenpartners én bevolking. Nu datum 1 juli toch weer ingetrokken. Over veertien dagen overleg met alle partners. Feitelijk is iedereen het er wel over eens dat dit overleg gevoerd had moeten worden aan het begín van het traject, en niet nadat men voor een voldongen feit was geplaatst.

Lokaal maatwerk
Zou “moeten” bij fusies zorginstellingen in dunbevolkte gebieden. Blij dat iedereen dat nu inziet. Laat Meppel en Drenthe een voorbeeld zijn en in gelijksoortige gevallen in de rest van Nederland iedereen gelijk om tafel gaan. De vraag is: hoe regelen we dit?

Provinciale Staten bezoeken Eerste Kamer

Coat of arms of the Eerste Kamer of the States General of the Netherlands Provinciale Staten bezoeken Eerste KamerKomende donderdag bezoeken we met Provinciale Staten uit de noordelijke provincies de Eerste Kamer. Ik mag daar een inleiding houden over zorg. Ik heb gekozen voor het thema bereikbaarheid van zorg in relatie tot fusies, met als actueel voorbeeld het verdwijnen van de afdeling acute verloskunde uit Meppel. De Eerste Kamer verstuurde het volgende persbericht:

Een delegatie van Gedeputeerde en Provinciale Staten van Groningen, Friesland en Drenthe discussieert donderdag 26 april aanstaande in en met de Eerste Kamer over de thema’s natuur en zorg.

Op het terrein van het natuurbeleid gaat de delegatie met leden van de Eerste Kamer in gesprek over de huidige gang van zaken op het gebied van natuurbescherming en de manier waarop de provinciën deze bevoegdheden ervaren. Daarbij kan de invloed van de nationale regelgeving worden betrokken, maar ook bijvoorbeeld de implementatie van de uitgebreide Europese regelgeving. Voorzitter van de fractie van GroenLinks uit Friesland, mevrouw Irona Groeneveld en Senator Janny Vlietstra (PvdA) zullen over het thema natuur een inleiding houden.

Bij het thema zorg zal de discussie zich richten op de bezuinigingen in de zorgsector en de consequenties voor de kwaliteit van de zorg. Daarnaast is de bereikbaarheid van zorg in dunbevolkte gebieden ook een gespreksonderwerp van de delegatie en de leden van de Eerste Kamer.  Mevrouw Grietje Uuldriks van de fractie van de PvdA uit Groningen en de heer Hans Kuipers van de fractie van GroenLinks uit Drenthe zullen over het thema zorg een inleiding verzorgen.

Het bezoek van de staten van Groningen, Friesland en Drenthe aan de Eerste Kamer is het eerste in een nieuwe reeks van provinciebezoeken. Op initiatief van de Eerste Kamer zijn in de vorige Kamerperiode alle provincies uitgenodigd om in en met de senaat te discussiëren over diverse onderwerpen. De senaat besloot in de Kamerperiode 2011–2015 alle provincies opnieuw uit te nodigen. De Eerste Kamer wil met deze bezoeken de banden met de provincies aanhalen en haar zichtbaarheid bij deze voor hen zo belangrijke doelgroep vergroten.